De letterbrij

LHBTIQIA+: de betekenis van de letters en hoe de brij groeide

Van ‘homo’ en ‘gay’ via LGB en LGBT naar lhbtiq+ en 2SLGBTQI+: hoe het acroniem letter voor letter ontstond, wie welke variant gebruikt en wat de groei zegt over belangenbundeling.

Redactie Letterbrij.nl
·
Gepubliceerd 28 augustus 2026
Illustratie bij: LHBTIQIA+: de betekenis van de letters en hoe de brij groeide

LHBTIQIA+: wie de betekenis van de letters wil kennen, kan ze in elk woordenlijstje opzoeken. Interessanter is de vraag die zelden wordt gesteld: waarom staan ze eigenlijk bij elkaar? Het acroniem is geen beschrijving van een groep die altijd al bestond, maar het verslag van een reeks onderhandelingen. Elke letter is er op een ander moment bij gekomen, om een andere reden en niet zonder gemor. Wie de volgorde leest als geschiedenis, ziet hoe een beweging zichzelf heeft samengesteld.

Voor er letters waren: homoseksueel en gay

Het acroniem begint, zoals zoveel in dit debat, met één woord dat een categorie schiep. De Oostenrijks-Hongaarse schrijver Karl-Maria Kertbeny gebruikte homosexual voor het eerst in een privébrief van 6 mei 1868 en zette het woord in 1869 in twee anonieme pamfletten tegen de Pruisische strafbepaling op seks tussen mannen. Het was dus van meet af aan een politiek woord: bedoeld om een strafbaar gedrag om te zetten in een menselijke eigenschap waar je rechten aan kunt verbinden. Het Engels nam het pas in 1892 over, via de vertaling van Krafft-Ebings Psychopathia Sexualis door Charles Gilbert Chaddock. Havelock Ellis noemde het in 1897 nog een ‘barbaars hybride woord’, Grieks voorop en Latijn achterop, maar gaf toe dat het handig was.

Het woord gay heeft een omgekeerde geschiedenis: het kwam niet uit de wetenschap, maar uit de eigen taal van de groep. Volgens het Online Etymology Dictionary gebruikten homoseksuele mannen het onderling al in de jaren twintig van de twintigste eeuw, dook het eind jaren veertig op in psychologische literatuur en herkende het grote publiek de betekenis pas vanaf de jaren vijftig. Na 1969 werd het de vlag van de beweging. De essayist Edmund White merkte in 1980 op dat gay alle concurrenten had verslagen omdat het een van de weinige woorden was die niet uitdrukkelijk naar seks verwees. Dat is een motief dat in de hele geschiedenis van het acroniem terugkeert: de wens om een politieke identiteit te benoemen zonder over bed te praten.

Van ‘gay’ naar LGB: de L komt vooraan

In de jaren zeventig was gay de paraplu voor iedereen, ook voor lesbische vrouwen. Dat wrong. In de jaren tachtig kwam ‘lesbian’ er expliciet bij: de Amerikaanse National Gay Task Force werd de National Gay and Lesbian Task Force. De gebruikelijke verklaring voor het feit dat de L uiteindelijk vooraan kwam te staan, en niet de G, verwijst naar de aidscrisis. Lesbische vrouwen verpleegden, organiseerden en zamelden geld in toen homomannen massaal ziek werden, en groepen zetten de L eind jaren tachtig en begin jaren negentig naar voren als erkenning van dat werk. Het is een mooi verhaal dat in veel publicaties terugkeert, maar een officieel besluit of een eerste vindplaats bestaat niet; de volgorde is organisch ontstaan en heeft zich later van een verklaring voorzien.

De B volgde in dezelfde periode. De grote mars op Washington van 1993 heette voluit ‘March on Washington for Lesbian, Gay and Bi Equal Rights and Liberation’. De afkorting LGB verving in de tweede helft van de jaren tachtig geleidelijk ‘gay’ en ‘gay and lesbian’ als overkoepelende term. Belangrijk voor wat volgt: de L, de G en de B gaan alle drie over seksuele oriëntatie. Ze beschrijven op wie iemand valt. Dat maakte LGB intern coherent, hoe moeizaam de verhoudingen tussen de groepen ook waren.

De T erbij: LGBT in de jaren negentig

Het woord transgender werd in de jaren zestig gepopulariseerd door Virginia Prince en kreeg in de jaren negentig brede ingang als koepelterm. In diezelfde jaren schoof de T aan bij LGB. Dat was een andere stap dan de toevoeging van de B, want de T gaat niet over oriëntatie maar over genderidentiteit: niet op wie je valt, maar wie je bent. Het acroniem kreeg daarmee twee soorten categorieën onder één dak. Dat zou de blijvende breuklijn van de letterbrij worden; wie daar meer over wil lezen, vindt het debat uitgewerkt in het artikel over de T en de rest.

Hoe laat die aansluiting op sommige plekken kwam, laat het Britse Stonewall zien. Die organisatie, opgericht in 1989 en genoemd naar de rellen van 1969, behartigde ruim een kwarteeuw uitsluitend de belangen van lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen. Pas in februari 2015 kondigde directeur Ruth Hunt aan dat Stonewall voortaan ‘voor de hele lhbt-gemeenschap’ zou campagnevoeren, na een half jaar gesprekken met meer dan zevenhonderd transgender personen en met excuses voor eerdere misstappen. De T stond dus al twintig jaar in het acroniem toen de grootste Britse belangenclub hem feitelijk ging vertegenwoordigen.

Q, I, A en de plus

In de jaren negentig keerde ook queer terug, een scheldwoord dat activisten bewust heroverden als verzamelnaam voor iedereen die zich niet in vaste hokjes wilde laten plaatsen. De Q heeft daardoor een dubbelzinnige rol in het acroniem: ze is tegelijk een extra letter en een kritiek op het idee van letters. Later verschoof de Q bij sommige gebruikers naar ‘questioning’, en sommige lange varianten nemen beide Q’s op.

De I van intersekse kwam uit een andere hoek. Intersekse gaat niet over oriëntatie en niet over identiteit, maar over lichamelijke geslachtskenmerken; de Canadese overheid zegt het in haar woordenlijst letterlijk: de I ‘betrekt geslachtskenmerken, los van seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie’. Een deel van de intersekse-organisaties heeft de opname altijd met gemengde gevoelens bekeken, omdat hun agenda (medisch ingrijpen bij baby’s) weinig met de rest te maken heeft. De A van aseksueel is van nog recenter datum en voegt een oriëntatie toe die juist het ontbreken van aantrekking beschrijft.

En dan de plus. Dat teken is het eerlijkste onderdeel van het acroniem, want het geeft toe dat de lijst nooit af is. De Rijksoverheid definieert het nuchter: ‘De + staat voor andere vormen die niet cisgender of heteroseksueel zijn.’ Taalkundig is de plus een open einde; politiek is het een belofte dat niemand hoeft te vechten voor een eigen letter. Dat de belofte niet altijd wordt vertrouwd, bewijzen de steeds langere varianten die er toch bij blijven komen. Wie de afzonderlijke letters precies wil hebben uitgelegd, kan terecht bij de afkortingenlijst van zustersite Alfabetbende; hier gaat het om het geheel.

2S: Canada zet een letter vóór de L

Canada laat zien dat de volgorde nog steeds beweegt. De federale overheid lanceerde op 28 augustus 2022 het Federal 2SLGBTQI+ Action Plan en koos daarbij voor ‘2S’ (Two-Spirit, een cultureel specifieke identiteit van sommige inheemse Canadezen) helemaal vooraan. De bijbehorende woordenlijst verklaart de plaatsing uitdrukkelijk: 2S staat ‘aan het begin, als erkenning van Two-Spirit-mensen als de eerste 2SLGBTQI+-gemeenschappen’. Hier wordt de volgorde van het acroniem openlijk ingezet als historische genoegdoening. Dat is precies wat eerder met de L gebeurde, maar nu met een beleidsstuk erbij.

De Nederlandse volgorde: LHBT en de letter die ontbreekt

Het Nederlands volgt de Engelse volgorde, met één verschil in het alfabet zelf: wij hebben geen G. In het Nederlands heet de homoseksuele man ‘homo’, dus LGBT werd LHBT: lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender. De gangbare reconstructie is dat de Nederlandse beweging halverwege de jaren negentig de B opnam (LHB) en begin jaren 2000 de T, maar een gedocumenteerde eerste vindplaats ontbreekt en het verdient een eigen onderzoek.

Dat de L vooraan staat, was in Nederland niet vanzelfsprekend. Lange tijd sprak men in Nederland van ‘homo’s en lesbiennes’, in die volgorde, en het Amsterdamse archief IHLIA omschreef zichzelf tot in de jaren 2010 als het grootste ‘HLBT-archief’ van Europa: homo, lesbisch, bi, transgender. Die variant met de H voorop is verdrongen door LHBT, zonder dat iemand dat ooit formeel besloot. In Vlaanderen ging men een heel andere kant op. Ruud Van Den Bussche, bestuurslid van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (nu çavaria), bedacht rond 1992–1993 het samentrekkingswoord holebi: homo, lesbisch, bi. Dat woord bleef in Vlaanderen gangbaar, maar heeft geen T; Vlamingen spreken daarom tot op heden van ‘holebi’s en transgender personen’, waarmee de twee soorten categorieën taalkundig gescheiden blijven die het Nederlandse LHBT juist samenvoegt.

Ook in de spelling wijkt Nederland af. Waar het Engels LGBT met hoofdletters schrijft, kiezen de Woordenlijst Nederlandse Taal, Van Dale en de Rijksoverheid voor kleine letters: lhbti, lhbtiq+. De Rijksoverheid heeft de koppeltekens in samenstellingen bovendien laten vallen, met als argument de leesbaarheid in combinatie met de plus. Hoe dat soort besluiten tot stand komt, en wie er eigenlijk over gaat, beschrijft het cornerstone-artikel over Van Dale, Taalunie en ANP.

Wie gebruikt welke variant?

Er is geen instantie die het acroniem vaststelt. Elke organisatie kiest haar eigen letters, en die keuzes zeggen iets over haar achterban en haar politieke positie. Een overzicht van de belangrijkste spelers, met de stand van najaar 2026:

  • Rijksoverheid: lhbtiq+. De Emancipatienota 2022–2025 van minister Dijkgraaf (18 november 2022) spreekt consequent van ‘lhbtiq+ personen’. Een Kamerbrief van 10 december 2025 definieert: ‘Lhbtiq+ staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+ personen, transgender personen, intersekse personen en queer personen. De + staat voor andere vormen die niet cisgender of heteroseksueel zijn.’ De rijksbrede Schrijfwijzer schrijft dezelfde vorm voor.
  • COC Nederland: lhbti+. De oudste nog bestaande belangenorganisatie ter wereld (1946) omschrijft haar achterban als lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+ personen, trans- en intersekse personen en kort dat af tot lhbti+; in sommige teksten ook lhbtiq+.
  • CBS: LHBTQIA. Het statistiekbureau meldde op 11 oktober 2024 dat 18 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder, zo’n 2,7 miljoen mensen, ‘LHBTQIA’ is: lesbisch, homoseksueel, bi-plus, transgender, queer, intersekse, aseksueel. Met hoofdletters en zonder plus, want een statisticus telt alleen wat hij heeft gemeten.
  • Europese Unie: LGBTIQ. De Europese Commissie nam op 12 november 2020 haar eerste ‘LGBTIQ Equality Strategy 2020–2025’ aan. De opvolger voor 2026–2030, gepresenteerd in oktober 2025, voegt de plus toe en noemt non-binaire mensen apart: ‘lesbian, gay, bisexual, trans, non-binary, intersex and queer (LGBTIQ+)’.
  • Verenigde Naties: LGBTI. De VN-mensenrechtenorganen en de campagne UN Free & Equal werken van oudsher met ‘LGBTI’; op recentere VN-pagina’s staat ook ‘LGBTQI+’. De I zit er bij de VN dus al lang in, de Q pas sinds kort.
  • Canada: 2SLGBTQI+. Sinds het actieplan van augustus 2022, met Two-Spirit vooraan.

Vijf instanties, vijf varianten. Wie een tekst over dit onderwerp schrijft, maakt dus altijd een keuze, ook als hij denkt alleen maar een afkorting over te nemen. Dat is een van de redenen waarom deze site een aparte rubriek over de letterbrij heeft.

De kritiek: letterbrij, ook van binnenuit

De spot kwam eerst van buiten. ‘Alphabet soup’ is in het Engels al decennia de vaste schimpterm, en het Nederlandse ‘letterbrij’ is daar de vertaling van. Dat soort kritiek is goedkoop en zegt vooral iets over wie er niet in voorkomt. Interessanter is de kritiek van mensen die wél een letter hebben.

Ten eerste is er de praktische klacht. De VPRO vroeg zich in 2021 hardop af: ‘Hou je het nog bij, die lange afkorting van seksuele geaardheden en genderidentiteiten?’ en noteerde dat LHBT inmiddels was uitgegroeid tot LHBTQIA+ ‘of zelfs LHBTQQIP2SA’. De Amerikaanse National Academies of Sciences concludeerden in een rapport uit 2020 droogjes: ‘Geen enkele term is perfect of perfect inclusief.’

Ten tweede is er de principiële klacht dat de letters niet bij elkaar horen. Die klacht is zo oud als de T in het acroniem en kreeg in november 2015 een naam toen een anonieme petitie op Change.org onder de titel ‘Drop the T’ de grote Amerikaanse organisaties vroeg de T los te laten, met het argument dat ‘LGB over seksuele oriëntatie gaat en trans over genderidentiteit’. Vier jaar later werd in Londen LGB Alliance opgericht. Beide worden in het vervolgartikel besproken; hier volstaat de constatering dat de kritiek niet alleen van conservatieve buitenstaanders komt, maar ook van lesbische vrouwen en homomannen die vinden dat hun belang in het grote geheel verdwijnt.

Ten derde is er het ongemak van wie het acroniem verdedigt én er last van heeft. Schrijver Tobi Lakmaker zei het in september 2025 tegen de VPRO zo: ‘De term LHBTQIA+ vind ik heel zinvol, maar ook best ongemakkelijk.’ Zinvol voor groepen die nog om erkenning vechten, zoals intersekse personen; overbodig geworden voor wie ‘gewoon homo’ is en zich dat kan veroorloven. Lakmaker voegde eraan toe dat de lengte van het woord vooral laat zien hoe scheef de heteronormatieve maatstaf is. Dat is misschien de scherpste verdediging die er bestaat: het acroniem is lelijk omdat de werkelijkheid het heeft gemaakt.

Wat de groei van het acroniem zegt over belangenbundeling

Zet de letters op een rij en je ziet drie verschillende dingen door elkaar lopen. L, H, B en A beschrijven een seksuele oriëntatie. T en de non-binaire plus beschrijven een genderidentiteit. I beschrijft een lichaam. Dat zijn drie categorieën die logisch weinig met elkaar te maken hebben; wie het verschil tussen geslacht en gender nog eens scherp wil hebben, kan terecht bij geslachtofgender.nl. Wat ze bindt is geen gedeelde eigenschap, maar een gedeelde ervaring: afwijken van de norm van de heteroseksuele meerderheid, en daar last van hebben.

Dat is de kern van wat een acroniem als dit doet. Het is geen woord maar een coalitie. Elke letter die erbij komt, brengt een achterban mee en krijgt in ruil toegang tot een beweging met geld, geschiedenis en een vaste plek aan de overlegtafel. De Nederlandse Emancipatienota gaat niet over homo-emancipatie meer, maar over ‘lhbtiq+ emancipatie’; subsidies, monitoren en Kamerbrieven volgen de afkorting. Wie een letter heeft, bestaat voor het beleid. Dat verklaart waarom de groei maar één kant op gaat: een letter erbij kost de bestaande leden niets, een letter eraf kost een hele groep haar erkenning.

Het verklaart ook de spanningen. Een coalitie houdt stand zolang de leden geloven dat ze samen sterker zijn dan apart. Zodra één groep vindt dat de agenda van een andere letter haar eigen belang schaadt, wordt het acroniem van verbindingsteken een strijdtoneel. In de Nederlandse praktijk is die strijd tot nu toe gedempt gebleven: COC, Transgender Netwerk Nederland en NNID trekken in Den Haag samen op. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is hij openlijk uitgevochten. De letters zijn dezelfde; de bundel is dat niet.

Een laatste observatie is taalkundig. Een acroniem dat tien tekens lang is en eindigt op een plusteken, wordt in de praktijk niet meer uitgesproken maar vervangen. ‘Queer’, ‘de regenbooggemeenschap’, ‘de gemeenschap’: de letterbrij roept haar eigen koepelwoorden op, en die koepelwoorden hebben precies het probleem dat het acroniem probeerde op te lossen. Ze laten verschillen weg. De cirkel is daarmee rond: begonnen bij één woord voor iedereen, via steeds meer letters, terug bij één woord voor iedereen. Hoe dat soort nieuwe woorden ontstaat en gangbaar wordt, beschrijft het artikel over cisgender, non-binair en deadnamen.

Weging

De geschiedenis van LHBTIQIA+ is geen verhaal van groeiende inclusie zonder meer, en ook geen verhaal van ontspoorde identiteitspolitiek zonder meer. Het is de geschiedenis van een politieke bundeling die zich in taal heeft vastgelegd, letter voor letter, met per letter een eigen reden en een eigen prijs. Wie de afkorting gebruikt, doet mee aan die bundeling; wie een variant kiest, kiest partij, of hij wil of niet. Het minste wat een zorgvuldige schrijver kan doen, is weten welke keuze hij maakt. Dat de officiële Nederlandse spelling de afkorting met kleine letters schrijft, helpt daarbij een beetje: lhbtiq+ is een gewoon woord geworden, en gewone woorden mag je bevragen.

Bronnen

  1. Wikipedia (geraadpleegd 2026). Karl-Maria Kertbeny; brief van 6 mei 1868 en pamfletten 1869. Online Etymology Dictionary, lemma’s ‘homosexual’ en ‘gay’.
  2. National Geographic (2024). From LGBT to LGBTQIA+: the evolving recognition of identity. nationalgeographic.com.
  3. Stonewall (z.j.). Our history: 2015, Stonewall extends remit to become LGBT charity. stonewall.org.uk.
  4. Government of Canada / Women and Gender Equality Canada (2022). Federal 2SLGBTQI+ Action Plan (28 augustus 2022) en 2SLGBTQI+ Glossary. canada.ca.
  5. Ministerie van Justitie en Veiligheid (10 december 2025). Kamerbrief versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid 2026–2029; Ministerie van OCW (18 november 2022). Emancipatienota 2022–2025. rijksoverheid.nl.
  6. Centraal Bureau voor de Statistiek (11 oktober 2024). Nederland telt 2,7 miljoen LHBTQIA personen. cbs.nl.
  7. Europese Commissie (12 november 2020). Union of Equality: LGBTIQ Equality Strategy 2020–2025, COM(2020) 698; LGBTIQ+ Equality Strategy 2026–2030 (oktober 2025). commission.europa.eu.
  8. VPRO (2021). LHBTQIA+, meer dan een afkorting; VPRO De roze revolutie (10 september 2025). Tobi: ‘De term LHBTQIA+ is zinvol en ongemakkelijk’. vpro.nl. Wikipedia NL, lemma’s ‘Lhbti’ en ‘Holebi’.

Redactie Letterbrij.nl

Onafhankelijke redactie die de woorden van het genderdebat lexicografisch en historisch ontleedt, met eerste vindplaatsen, woordenboeken en stijlgidsen als bron. Over woorden, niet over mensen. Laatst bijgewerkt op 28 augustus 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over De letterbrij